Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Wijziging van palenplan en het bouwen van het terras met fundering van een reeds verleende vergunning met kenmerk OLO 3511285” (hierna: het bouwplan). Op de zitting heeft [eiser] toegelicht dat van de zes voor het funderen van de woning beoogde palen, twee palen onder het te bouwen terras zijn geplaatst, om te voorkomen dat het terras door inklinking van de grond zal verzakken.
de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.” [eiser] verwijst ter onderbouwing naar de ‘Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij het ontwerpbestemmingsplan’ (hierna: de Nota), met de in de beantwoording van zienswijze 1.10 gegeven uitleg van ‘peil’ als: “
de gemiddelde hoogte van het maaiveld rondom het bouwwerk, zoals dat aanwezig is na voltooiing van de bouw en nadat dit is afgewerkt.”
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II, voor zover daarbij niet is beslist op de aanvraag ‘wijzigen palenplan’ en laat het bestreden besluit II voor het overige in stand;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 181 aan [eiser] te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van [eiser] tot een bedrag van € 1.496;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de opgelegde last tegen twee buiten het bouwvlak ingeslagen palen is gehandhaafd en tegen de gebouwde fundering voor het terras handhavend is opgetreden;
- herroept de dwangsombesluiten van 23 april 2020 en 14 mei 2020, voor zover daarin is beslist dat [eiser] de in strijd met de omgevingsvergunning van 6 april 2018 gerealiseerde palen moet verwijderen en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 181 aan [eiser] te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van [eiser] tot een bedrag van € 2.992.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021.