ECLI:NL:RBAMS:2021:8034
Rechtbank Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding en matiging advocaatkosten na onvoorwaardelijk sepot
Verzoeker werd op 21 december 2019 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van medeplegen van een opiumwetdelict. De zaak werd op 18 december 2020 onvoorwaardelijk geseponeerd. Verzoeker diende tijdig een verzoek in tot vergoeding van schade door de ondergane inverzekeringstelling en de kosten van rechtsbijstand.
De rechtbank beoordeelde dat verzoeker één dag in verzekering is gesteld en kende hiervoor een standaardvergoeding toe van €105,00. Voor de advocaatkosten matigde de rechtbank het gevraagde tarief van €250 per uur naar een redelijk tarief van €50 per uur voor correspondentie met het Openbaar Ministerie, en kende een totaalbedrag van €1.305,25 toe. Daarnaast werd een standaardvergoeding van €550,00 toegekend voor de kosten van het opstellen en behandelen van het verzoekschrift.
De rechtbank wees het overige verzoek af en bepaalde dat de totale vergoeding van €1.960,25 door de Staat aan de advocaat moest worden overgemaakt. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €105,00 en een gematigde vergoeding van €1.855,25 voor advocaatkosten en verzoekschriftkosten toegekend.