De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 oktober 2021 een zaak betreffende de uithuisplaatsing van een minderjarige, waarbij de William Schrikker Stichting (WSS) verzocht om de uithuisplaatsing niet langer te verlengen. De minderjarige verbleef sinds 23 augustus 2021 weer bij haar moeder na een langdurige periode van uithuisplaatsing en diverse tijdelijke verblijven.
Uit het psychodiagnostisch onderzoek bleek dat de minderjarige een licht verstandelijke beperking heeft en dat haar trauma vooral samenhangt met de uithuisplaatsing zelf. Er waren geen aanwijzingen voor misbruik of mishandeling. De moeder heeft sinds de uithuisplaatsing stabiliteit in haar leven gebracht en werkt constructief mee aan de hulpverlening.
De Raad voor de Kinderbescherming stemde in met beëindiging van de uithuisplaatsing, gezien de positieve ontwikkelingen en de toezichthoudende rol die blijft bestaan via de ondertoezichtstelling. De rechtbank betreurde de lange periode van uithuisplaatsing en het gebrek aan tijdige beslissingen, maar oordeelde dat geen gronden meer bestaan voor voortzetting van de uithuisplaatsing.
De rechtbank wees het restant van het verzoek tot verlenging af en benadrukte het belang van een interne evaluatie binnen de WSS en reflectie op het verlengingsproces van de machtiging. De minderjarige blijft onder toezicht en krijgt passende ambulante begeleiding thuis.