ECLI:NL:RBAMS:2021:8105
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gebrek aan bewijs
De rechtbank Amsterdam heeft op 6 december 2021 uitspraak gedaan in de zaak betreffende de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte, bestuurder van een V.O.F. De officier van justitie stelde dat de V.O.F. 2.550 ton digestaat of een andere stof als meststof had ontvangen en daarvoor een bedrag van €25 per ton had ontvangen, wat leidde tot een berekend wederrechtelijk voordeel van €63.750.
De verdediging betwistte de ontvangst van digestaat en de betaling daarvoor, waarna de officier van justitie haar vordering handhaafde en ter zitting een verminderd bedrag van €21.250 vorderde. De rechtbank oordeelde echter dat niet bewezen is dat de V.O.F. digestaat of een andere stof als meststof heeft ontvangen, waardoor de grondslag voor de ontnemingsvordering verviel.
Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Amsterdam na meerdere zittingen in september en oktober 2021, waarbij zowel schriftelijke conclusies als mondelinge toelichtingen zijn behandeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens gebrek aan bewijs.