Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
8 november 2019 te Amsterdam, subsidiair de heling van de telefoon van [slachtoffer 4] ;
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
€ 500,- gepind, waarna de overige keren mislukken. De persoon op de camerabeelden van de Rabobank wordt door verbalisanten herkend als verdachte, die overigens ook een soortgelijke jas heeft. De rechtbank acht deze herkenning voldoende betrouwbaar, gezien de uiterlijke gelijkenissen van die persoon op de beelden met het uiterlijk van verdachte. De rechtbank heeft op zitting ook uit eigen waarneming kenmerkende gelijkenissen (mond, kaaklijn, vorm van de ogen en wenkbrauwen) tussen de persoon op de “still” van de beelden en verdachte kunnen vaststellen.
5.Bewezenverklaring en bewijs
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
- rapporten van de Raad opgemaakt op 23 november 2019 en 15 juli 2020;
- rapport van RN opgemaakt op 26 mei 2020 en de aanvullende e-mail van de RN van 25 januari 2021;
- Psychologisch Pro Justitia rapport opgemaakt door drs. J.A.E.M. van den Bosch, klinisch psycholoog op 15 mei 2020.
€ 500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
240 (tweehonderd veertig) dagen.
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
40 (veertig) uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen.
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van € 1.270,99 (twaalfhonderd zeventig euro en negenennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 5]toe tot een bedrag van
€ 1.032,60 (duizend tweeëndertig euro en zestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer 5] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.