ECLI:NL:RBAMS:2021:8171
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsvordering voortzetting bedrijfshuur ondanks tekortkoming huurder
In deze zaak staat de voortzetting van een bedrijfshuur centraal waarbij de huurder de bedrijfsruimte feitelijk laat exploiteren door een besloten vennootschap (B.V.). De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens tekortkoming van de huurder, die nagelaten zou hebben overleg te plegen over de overdracht van huurrechten aan de B.V.
De kantonrechter oordeelt dat de ontbindingsvordering niet is verjaard en dat de tekortkoming door de huurder inderdaad is vastgesteld. Echter, gelet op de langdurige huurrelatie van meer dan 40 jaar, de stipte betaling van de huur en de overeenstemming over een nieuwe huurprijs, rechtvaardigt deze tekortkoming geen ontbinding en ontruiming.
De kantonrechter benadrukt dat partijen hun juridische positie in overeenstemming moeten brengen met de feitelijke situatie en wijst de vordering van de verhuurder af. De voorwaardelijke tegenvordering van de huurder behoeft geen bespreking omdat de ontbinding niet is toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De ontbindingsvordering wordt afgewezen en de huur wordt voortgezet onder nieuwe voorwaarden.