ECLI:NL:RBAMS:2021:826
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs doodslag en diefstal na brand in boot
Op 1 juli 2020 werd het stoffelijk overschot van het slachtoffer aangetroffen in een brandende kajuit van een boot in Amsterdam. Verdachte was aanwezig tijdens de brand en werd verdacht van doodslag, dood door schuld en diefstal. Uit forensisch onderzoek bleek dat het slachtoffer stierf aan koolmonoxidevergiftiging, maar het exacte moment van overlijden kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het niet uitgesloten kon worden dat het slachtoffer al overleden was toen verdachte wakker werd en handelde. Verdachte had geprobeerd het slachtoffer wakker te maken en het vuur te blussen, maar liep vervolgens weg zonder hulp te verlenen. Door de onzekerheid over het overlijdensmoment kon niet worden bewezen dat het handelen of nalaten van verdachte het overlijden had veroorzaakt. Ook de diefstal van een tas en jas kon niet worden bewezen, omdat niet kon worden vastgesteld van wie deze spullen waren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De rechtbank beval bewaring van bepaalde in beslag genomen goederen ten behoeve van de rechthebbende. Het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte was reeds opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van doodslag, dood door schuld en diefstal wegens onvoldoende bewijs.