ECLI:NL:RBAMS:2021:84
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking afkoelingsperiode en benoeming observator in WHOA-procedure voor gecontroleerde afwikkeling BV
De besloten vennootschap [verzoekster], statutair gevestigd te Amsterdam, verzocht op 4 januari 2021 om een afkoelingsperiode van vier maanden ex artikel 376 Faillissementswet Pro (Fw) in het kader van een WHOA-procedure voor een gecontroleerde afwikkeling van haar bedrijfsvoering. De rechtbank behandelde het verzoek op 8 januari 2021, waarbij ook belanghebbenden, voormalige werknemers die faillissement hadden aangevraagd, hun zienswijze gaven.
De rechtbank constateerde dat [verzoekster] geen activiteiten meer ontplooit en slechts één werknemer in dienst heeft. Het doel van het akkoord is niet continuïteit, maar een gecontroleerde afwikkeling buiten faillissement. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke vereisten voor een afkoelingsperiode ook gelden bij afwikkeling zonder voortzetting van de onderneming, conform de bedoeling van de WHOA.
De belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden gediend met de afkoelingsperiode, terwijl de belangen van de voormalige werknemers niet wezenlijk worden geschaad, mede omdat hun loondienstverbanden grotendeels zijn beëindigd en de wettelijke beschermingsperiode is verstreken. De rechtbank kondigde een afkoelingsperiode van twee maanden af en benoemde een observator om toezicht te houden op het akkoordproces, met kosten ten laste van [verzoekster].
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot afkoelingsperiode toe voor twee maanden en benoemt een observator.