Uitspraak
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over na te noemen minderjarigen,
hierna te noemen de bijzondere curator,
als advocaat voor zichzelf verschijnende.
1.De procedure
- het verzoekschrift van de man, ingekomen op 30 juni 2020;
- de schriftelijke conclusie van het OM van 3 augustus 2020;
- de beschikking van deze rechtbank van 26 augustus 2020, waarbij mr. A.R.M. van Kempen tot bijzondere curator over de na te noemen minderjarigen is benoemd;
- de reactie van de bijzondere curator van 25 september 2020;
- de brief van de zijde van de man ingekomen op 9 oktober 2020;
- de brief met bijlagen van de ambtenaar van 29 januari 2021.
- de man bijgestaan door mr. Rispens;
- de moeder;
- de bijzondere curator;
- mevrouw [naam 1] namens de ambtenaar.
2.De vaststaande feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] .
3.Het verzoek en de standpunten
family lifein de zin van artikel 8 EVRM Pro. De man heeft verklaard zijn verantwoordelijkheid voor de kinderen te willen nemen, nu en in de toekomst. Gezien dit alles is de bijzondere curator van mening dat de man
family lifeheeft met de moeder en de kinderen en dat hij zorgtaken voor de kinderen op zich heeft genomen die normaliter door een vader worden gedragen en dat daarmee een geoorloofd motief voor erkenning bestaat, naast de verkrijging van het Nederlanderschap voor de kinderen. De bijzondere curator stelt voorts dat de moeder, de man en de heer [naam biologische vader] aan haar hebben verklaard dat de heer [naam biologische vader] de biologische vader is van de kinderen. De heer [naam biologische vader] heeft geen bezwaar tegen de erkenning door de man, omdat hij onvoldoende in staat is om voor de kinderen te zorgen en hij geen relatie heeft met de moeder. Er is daarom volgens de bijzondere curator geen reden van een situatie waarin de man misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot erkenning om zo de erkenning door de biologische vader onmogelijk te maken. Daar komt bij dat erkenning geen waarheidshandeling is en dat de wet aan niet-biologische vaders de mogelijkheid geeft om een kind te erkennen. Daar staat tegenover dat het uitgangspunt is dat het voor de kinderen van belang is dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. Het is daarom wel in het belang van de kinderen dat zij weten van wie zij afstammen. De bijzondere curator adviseert de rechtbank om het verzoek van de man toe te wijzen.
4.De beoordeling
family lifeheeft in Nederland te behouden. De erkenning is hier echter niet voor bedoeld.
aanvaardingvan het vaderschap door een andere man dan de biologische vader. Dit aspect is met name van belang, indien de biologische vader onbekend is of zich niets aan het kind gelegen laat liggen. De erkenning heeft in dit geval de functie van een adoptie, zij is de juridische vormgeving aan sociaal, affectief ouderschap, die bepaald in een behoefte voorzien en het belang van een kind in zoverre dient dat het aldus familierechtelijke betrekkingen tot een moeder en een vader kan verwerven.
op zichzelfin strijd is met het IVRK of EVRM. Dat is echter gesteld noch gebleken.