Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewijs
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
[benadeelde 4]vordert
€ 1.014,-(5x zonnebril, 2x slippers, toilettas) aan vergoeding van materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft ter terechtzitting zijn vordering toegelicht en heeft verklaard dat hij de weggenomen goederen al enige jaren in zijn bezit had en daar geen bonnetjes meer van heeft.
[verbalisant 1]vordert
€ 1.000,-aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.
[verbalisant 2]vordert
€ 1.000,-aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.
[verbalisant 3]vordert
€ 200,-aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
[benadeelde 4]toe tot een bedrag van
10dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[verbalisant 1]toe tot een bedrag van
€ 200,-(tweehonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 juli 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [verbalisant 1] voornoemd.
4dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[verbalisant 2]toe tot een bedrag van
4dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[verbalisant 3]toe tot een bedrag van
4dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
gevangenisstrafvan
6 (zes) weken.