Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2022 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
niet in het gelijk.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van vier rederijen tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam die hun exploitatievergunningen voor passagiersvaart ambtshalve wijzigden van onbepaalde tijd naar vergunningen voor bepaalde tijd. De primaire besluiten betroffen verschillende vaartuigen met einddata variërend van 2024 tot 2030, waarbij ook wisselbesluiten de einddata onderling wijzigden.
De rechtbank voerde een gezamenlijke behandeling van de beroepen van meerdere Amsterdamse reders en oordeelde dat de omzetting niet in strijd was met het geschreven of ongeschreven recht. De vier eiseressen voerden geen individuele aanvullende beroepsgronden aan. Het bestreden besluit verklaarde de bezwaren tegen omzettingsbesluiten ongegrond, de bezwaren tegen wisselbesluiten van 4 juni 2020 gegrond en die tegen wisselbesluiten van 5 augustus 2020 ongegrond.
Na een regiezitting en een uitgebreide zitting in november 2021 sloot de rechtbank het onderzoek en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding toegewezen. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vier rederijen tegen de omzetting van hun exploitatievergunningen is ongegrond verklaard.