Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
‘Ik heb seks gehad met [verdachte].’
‘Toen kwam [[persoon 1]] met het verhaal dat [verdachte] vaker had voorgesteld om een triootje te doen. [[persoon 1]] wilde dat niet, tot op een dag dat [[persoon 1]] vertelde dat [verdachte] hem dronken had gevoerd. Ze zijn toen onder de douche terechtgekomen en daar hebben [verdachte] en [[persoon 1]] seks gehad. [[persoon 1]] [zei] dat hij [verdachte] oraal moest bevredigen. Dat hij dat ding in zijn mond moest nemen en dat zou hij ook bij [[persoon 1]] hebben gedaan.’
‘Ik denk het niet. Hij wilde wel seks met [[persoon 1]], maar dat is nooit gebeurd.’
‘Kom [[persoon 1]], we gaan gewoon douchen’. [persoon 1] zei op dat moment niets, maar heeft later tegen [persoon 5] gezegd dat hij dat echt niet ‘chill’ vond. Ze hebben niet gedoucht. [persoon 5] weet niet of [persoon 1] en verdachte weleens seks met elkaar hebben gehad. Volgens [persoon 5] bracht verdachte [persoon 1] soms biertjes en sigaretten en gaf hij hem ook geld.
‘Ja, ik wil gewoon met je seks hebben’. [persoon 1] zei toen
‘nee’en
‘Ik kan je wel een keer een kus geven ja, maar voor de rest wil ik niks.’heeft verdachte toen een kus gegeven, per ongeluk op zijn mond. Volgens [persoon 1] wilde verdachte meer en wilde hij seks met [persoon 1]. [persoon 1] heeft desgevraagd verklaard dat hij niets met de piemel van verdachte heeft gedaan.
‘Ja’. Vervolgens verklaarde hij, op de vraag of verdachte de piemel van [persoon 1] weleens in zijn mond had gehad:
‘Eh > effe terugkijken, (…) Kijken... Ja, dat heeft ie wel gedaan bij mij. Dat heeft ie wel bij mij gedaan. Toen ik met hem gaan zoenen eigenlijk, was ik pij- pij- ging die pijpen ook. Maar hij wou ook meteen ook seks hebben. (…) En dan on- eh en dan onder de douche had ie me ook gepijpt ja, onder de douche. (…)’
de auditu-verklaringen. Verdachte ontkent bovendien dat hij seksueel contact met [persoon 1] heeft gehad.
de auditu-verklaring levert op zichzelf niet voldoende steunbewijs op. Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de getuige
de auditupersoonlijk heeft gedaan, zoals een waargenomen hevige gemoedsbeweging, voldoende steunbewijs opleveren.
4.De vordering van de benadeelde partij
5.Beslissing
spreekt verdachtedaarvan
vrij.