Op 16 augustus 2021 werd een witte Mercedes Benz met verdachte als bestuurder staande gehouden in Amsterdam. Onder de voetenmat van de bijrijder werd een geladen vuurwapen gevonden en in een tas een blok cocaïne van circa 25 bij 15 centimeter. Tevens werden op straat pakketjes hasjiesj aangetroffen die uit de auto waren gegooid.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over het vuurwapen en sprak hem vrij van wapenbezit. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met een medeverdachte opzettelijk cocaïne en een aanzienlijke hoeveelheid hasjiesj vervoerde, mede op basis van chatgesprekken en getuigenverklaringen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf maanden op, met aftrek van voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het financiële motief. Een taakstraf of voorwaardelijke straf werden afgewezen vanwege het afschrikkende effect dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft.