ECLI:NL:RBAMS:2022:1277
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering na proefperiode bewind
Eiseres ontving bijstand van januari 2019 tot maart 2020 en stond tot maart 2020 onder bewind. Na een aanvraag bijzondere bijstand voor bewindkosten onderzocht verweerder haar bankafschriften en stelde dat zij onjuiste inlichtingen had verstrekt, waardoor een bedrag van €4.060,76 werd teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres aannemelijk had gemaakt dat de contante stortingen op haar privérekening afkomstig waren van eerder opgenomen eigen geld, en niet van extra middelen. Verweerder had deze stortingen ten onrechte als inkomen aangemerkt. Daarnaast was het onderzoek voorafgaand aan het besluit onvoldoende zorgvuldig, mede omdat verweerder niet met eiseres samen de bankafschriften had doorgenomen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Hiermee werd het beroep van eiseres gegrond verklaard en de terugvordering verminderd tot nihil.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen, waardoor de terugvordering komt te vervallen.