Uitspraak
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2022.
Rechtbank Amsterdam
Eisers hebben een Wob-verzoek ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid voor openbaarmaking van correspondentie rondom de antiracismedemonstratie op de Dam van 1 juni 2020. De minister heeft het verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd op grond van artikelen 10 en 11 van de Wob, waarbij onder meer persoonsgegevens en interne beleidsopvattingen zijn afgeschermd.
Eisers stelden dat de weigering onterecht was en dat artikel 10 EVRM Pro een ruimere openbaarheid eist, mede vanwege het maatschappelijke belang en hun journalistieke rol. De rechtbank overwoog dat de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gevolgd wordt, waarbij beperkingen op openbaarheid toegestaan zijn indien noodzakelijk in een democratische samenleving.
De rechtbank oordeelde dat de communicatie van 2 en 4 juni 2020 wel onder de bestuurlijke aangelegenheid valt, maar terecht is geweigerd vanwege persoonlijke beleidsopvattingen. Verder zijn de overige geweigerde documenten terecht niet openbaar gemaakt omdat zij ofwel persoonlijke gegevens bevatten, of interne beleidsopvattingen betreffen, of omdat openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling van bestuurders.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Beroep tegen gedeeltelijke weigering Wob-verzoek is ongegrond verklaard; minister moet griffierecht en proceskosten vergoeden.