Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2022 in de zaak tussen
Procesverloop
Conclusie
niet in het gelijk.
Rechtbank Amsterdam
Rederij Belle B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar exploitatievergunning voor passagiersvaart om te zetten van onbepaalde tijd naar een vergunning voor bepaalde tijd met einddatum 1 maart 2028. De rechtbank heeft dit beroep samen met andere soortgelijke beroepen behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de omzetting niet in strijd is met het geschreven of ongeschreven recht. De gezamenlijke beroepsgronden van de reders werden in één uitspraak behandeld, waarbij de rechtbank concludeerde dat het college bevoegd was tot de omzetting. Vervolgens ging de rechtbank in op de individuele gronden van Rederij Belle B.V., waaronder het betoog dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de uitgiftedata van de vergunningen en dat de segmentindeling onrechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat het college een zorgvuldig onderzoek had verricht door gegevens te controleren bij de Kamer van Koophandel en vergunninghouders, en dat de segmentindeling niet per definitie onrechtmatig was, mede omdat eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich richtten op andere beleidsdoelen en segmenten. Het beroep van Rederij Belle B.V. werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 22 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep van Rederij Belle B.V. tegen de omzetting van haar exploitatievergunning naar bepaalde tijd is ongegrond verklaard.