Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
Decom Amsterdam B.V., erfpachter van een waterperceel op het ADM-terrein, vordert nakoming van de erfpachtakte van eigenaar [gedaagde] B.V. Decom stelt dat het waterperceel niet op de contractueel vastgelegde diepte van negen meter is gebracht, waardoor haar bedrijfsactiviteiten worden belemmerd. Decom vordert onder meer dat de eigenaar het waterperceel uitdiept, de benodigde vergunningen aanvraagt en Decom gebruik toestaat van een aangrenzend waterperceel zolang het waterperceel niet op diepte is.
De eigenaar erkent de verplichting tot uitdiepen, maar voert praktische en juridische bezwaren aan om de werkzaamheden uit te stellen. De voorzieningenrechter oordeelt dat Decom voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar bedrijfsactiviteiten niet normaal kan uitoefenen en dat de eigenaar op grond van de erfpachtakte gehouden is het waterperceel op de juiste diepte te brengen. De eigenaar moet ook de vergunningaanvragen voortvarend behandelen.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe, legt termijnen vast voor de vergunningaanvraag en uitvoering van de werkzaamheden, en veroordeelt de eigenaar tot het gedogen van gebruik van het aangrenzende waterperceel door Decom. Bij niet-nakoming is een dwangsom van €25.000 per dag tot maximaal €5.000.000 opgelegd. Tevens is de eigenaar veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De voorzieningenrechter gebiedt de eigenaar het waterperceel uit te diepen en vergunningen aan te vragen, met dwangsommen bij niet-nakoming.