Uitspraak
2.Inhoud klaagschrift
3.Beoordeling
4.Beslissing
niet-ontvankelijkin haar beklag.
Rechtbank Amsterdam
Klaagster diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering met het verzoek om teruggave van haar in beslag genomen bromscooter, een Piaggio Vespa Sprint 50. Het klaagschrift werd op 12 november 2021 ontvangen door de rechtbank Amsterdam. Het Openbaar Ministerie gaf op 19 november 2021 schriftelijk zijn standpunt, en klaagster gaf op 1 maart 2022 aan niet te zullen verschijnen in de raadkamer omdat zij de bromscooter inmiddels terug had ontvangen.
De rechtbank stelde vast dat de bromscooter op 22 september 2021 in beslag was genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. Omdat het voorwerp eind december 2021 aan klaagster was teruggegeven, was het beslag volgens artikel 134, tweede lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering geëindigd. Hierdoor was het belang van klaagster bij het klaagschrift komen te vervallen.
Op basis van deze feiten verklaarde de rechtbank klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag. De beslissing werd op 2 maart 2022 in het openbaar uitgesproken door rechter H.E. Hoogendijk, in aanwezigheid van griffier A. Gordon.
Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag omdat de bromscooter al is teruggegeven.