ECLI:NL:RBAMS:2022:1445
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsman na vrijspraak in strafzaak ondermaatse schol
Verzoeker is door de economische politierechter vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten in een zaak over ondermaatse schol. Na deze onherroepelijke vrijspraak heeft verzoeker een verzoek ingediend op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman en de kosten van het opstellen en behandelen van het verzoekschrift.
De rechtbank heeft het verzoekschrift en de toelichting van de raadsman beoordeeld. De raadsman heeft toegelicht dat de zaak inhoudelijk complex was, met noodzaak tot dossierstudie, raadplegen van wetenschappelijke literatuur en contra-expertise. Ook is reistijd en tijd besteed na de zitting verantwoord. Het Openbaar Ministerie heeft zich na toelichting niet langer verzet tegen vergoeding van reistijd en tijd na uitspraak, maar handhaafde een gematigd standpunt over overige kosten.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend en dat er gronden van billijkheid zijn om de vergoeding toe te kennen. De declaratie wordt marginaal getoetst en er is geen sprake van in het oog springende bovenmatigheid. Daarom wordt de vergoeding van € 3.460,60 voor de raadsman en € 680,00 voor het verzoekschrift toegekend. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding toe van € 3.460,60 voor de raadsman en € 680,00 voor het verzoekschrift na vrijspraak.