Op 27 juli 2021 constateerde een parkeercontroleur dat de auto van eiser geparkeerd stond zonder betaald te hebben in een 0,10 euro tarief parkeerzone met een parkeerduurbeperking van 60 minuten. De heffingsambtenaar legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Eiser betwistte de aanslag en voerde aan dat hij wel betaald had en dat het kenbaarheidsvereiste niet was voldaan.
De rechtbank stelde vast dat eiser weliswaar een parkeerrecht had gekocht, maar in een ander, duurder parkeergebied, wat niet geldig is in de 10-cent parkeerzone. Eiser had zich aangemeld in de juiste zone tot 10:02 uur, maar vervolgens in de verkeerde zone om 10:01 uur en stond op het moment van controle om 13:16 uur langer dan de toegestane 60 minuten geparkeerd zonder geldige betaling.
De rechtbank verwierp ook de overige bezwaren van eiser, zoals de wettigheid van de bewijsmiddelen, de bevoegdheid van de functionaris en de juistheid van de bebording. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.