ECLI:NL:RBAMS:2022:1528
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beklag ongegrond tegen inbeslagname Rolex horloge wegens vermoeden witwassen
Klager diende een klaagschrift in tegen de inbeslagname van een zilverkleurig Rolex horloge, dat vermoedelijk verband houdt met witwassen. De raadsman van klager stelde dat het horloge een cadeau was van zijn moeder, die grote contante opnames deed, maar zich beroept op haar zwijgrecht. Het Openbaar Ministerie verweerde zich met het standpunt dat het horloge vermoedelijk uit criminele inkomsten is aangeschaft en dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave.
De rechtbank benadrukte het summiere karakter van de beklagprocedure en dat het niet kan oordelen over de hoofdzaak of ontnemingsprocedure. De toetsing richt zich op het belang van de strafvordering en de waarschijnlijkheid van verbeurdverklaring. Gezien de wisselende verklaringen over de herkomst van het horloge en het feit dat het onderzoek nog niet is afgerond, achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter het horloge zal verbeurd verklaren.
Daarom weegt het belang van de strafvordering zwaarder dan het belang van klager bij teruggave. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en bevestigde het voortduren van het beslag. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van het horloge wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.