ECLI:NL:RBAMS:2022:1552
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik van nichten
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het meermalen verkrachten van zijn nichten tussen 1986 en 1991. De zedenzaken betroffen feiten die meer dan 35 jaar geleden zouden hebben plaatsgevonden, waarbij de verklaringen van de slachtoffers centraal stonden.
Het Openbaar Ministerie stelde dat de verklaringen van de slachtoffers en hun zus betrouwbaar en consistent waren en elkaar als schakelbewijs konden ondersteunen. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was, omdat de verklaringen onvoldoende door ander bewijs werden ondersteund en de verklaringen onderling niet als schakelbewijs konden dienen.
De rechtbank oordeelde dat de feiten niet bewezen konden worden omdat de verklaringen onvoldoende steun kregen van ander bewijs. Medische stukken en getuigenverklaringen waren niet toereikend om de aangiftes te ondersteunen. Ook ontbraken kenmerkende gelijkenissen in de wijze waarop het misbruik zou zijn gepleegd, waardoor schakelbewijs niet kon worden aangenomen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik.