Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 26 januari 2022.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een snelheidsovertreding op de A10 te Amsterdam, waarbij hij de maximumsnelheid met 60 km/u overschreed. Hij betoogde dat hij niet zodanig gevaarlijk is dat het rijbewijs langer ingehouden moet blijven en dat hij het rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en gezin.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave vanwege de ernst van de overtreding en recidive, waarbij de verkeersveiligheid prevaleert. De rechtbank oordeelde dat de inhouding op grond van artikel 164 lid 4 Wegenverkeerswet Pro 1994 rechtmatig is, gezien het vermoeden van een overschrijding van 50 km/u of meer.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van klager acht de rechtbank het echter redelijk dat het rijbewijs per 26 januari 2022 wordt teruggegeven, met behoud van de mogelijkheid dat later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging wordt opgelegd. Het klaagschrift is daarom gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het rijbewijs wordt per 26 januari 2022 teruggegeven ondanks rechtmatige inhouding wegens ernstige snelheidsovertreding.