ECLI:NL:RBAMS:2022:1580

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2022
Publicatiedatum
29 maart 2022
Zaaknummer
RK 22/230
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 2 WVW 1994Art. 164 lid 4 WVW 1994Art. 164 lid 8 WVW 1994
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond klaagschrift en teruggave rijbewijs na inhouding wegens alcoholverdenking

Klager diende een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een verdenking van rijden onder invloed van alcohol op 10 december 2021 in Amsterdam. Hij erkende zijn fout en benadrukte de noodzaak van zijn rijbewijs voor zijn werk als [functie], waarbij hij dagelijks deelscooters vervoert en vervangt.

De officier van justitie stelde dat rekening gehouden moest worden met de LOVS-oriëntatiepunten en dat een onvoorwaardelijke ontzegging waarschijnlijk korter zou zijn dan de duur van de inhouding. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was op grond van het vermoeden dat het alcoholgehalte hoger was dan 570 microgram per liter uitgeademde lucht.

Desondanks vond de rechtbank, gezien de persoonlijke omstandigheden van klager en het feit dat nog onbekend is wanneer de strafzaak behandeld wordt, dat het klaagschrift gegrond is. De rechtbank gelastte de teruggave van het rijbewijs aan klager en wees op de mogelijkheid tot beroep in cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 96/332972-21
RK: 22/230
Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats]
wonende op het adres [adres]
klager.

1.De procesgang

Het klaagschrift is op 14 januari 2022 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank.
Klager en de officier van justitie hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling van de zaak. Er heeft geen behandeling in openbare raadkamer plaatsgevonden.

2.De inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.
Klager heeft in zijn klaagschrift opgenomen dat hij erkent dat hij een domme fout heeft begaan. Daarnaast heeft hij in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Hij werkt als [functie] bij [werkgever] . Voor dit werk is eigen vervoer van groot belang en heeft klager zijn rijbewijs nodig, omdat hij continu moet rijden en meerdere keren per dag batterijen van deelscooters moet vervoeren en vervangen en scooters die beschadigd zijn, moet ophalen. Als klager niet kan werken, dan krijgt hij niet betaald. Klager heeft verzocht het rijbewijs aan hem terug te geven.

3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening gehouden moet worden met de omstandigheid dat een rechter in dit geval, gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal opleggen langer dan de tijd gedurende die het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden geweest. Het klaagschrift kan daarom gegrond worden verklaard.

4.De beoordeling

Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8 lid 2 WVW Pro 1994, gepleegd te Amsterdam op 10 december 2021.
Het proces-verbaal houdt onder meer in dat de uitslag van het bij klager afgenomen ademonderzoek
795µg/l (microgram alcohol per liter uitgeademde lucht) bedroeg.
Op
10 december 2021is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.
Op
13 december 2021heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs uiterlijk –
zesmaanden – tot
8 juni 2022wordt ingehouden.
Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van
22 december 2021blijkt onder meer dat klager niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klager behandeld zal worden.

5.De beslissing

De rechtbank overweegt het volgende.
De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig, omdat het vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van klager hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.
Ondanks de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht, moet – gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager – ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, korter dan de tijd die het rijbewijs ingevorderd en ingehouden zal zijn geweest. Het beklag dient dan ook gegrond te worden verklaard.
De rechtbank verklaart het beklag
gegrond.
De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager.
Deze beslissing is gegeven op 26 januari 2022 door
mr. D. van den Brink, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier.
Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.