Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 9 april 2022.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een ernstige snelheidsovertreding van 65 km/u boven de maximumsnelheid op 9 januari 2022 in Amsterdam. Hij betoogt dat hij het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als garagehouder, autotransporteur en APK-keurmeester, en verzoekt om teruggave.
De officier van justitie stelt dat de inhouding rechtmatig is vanwege de ernst van de overtreding en eerdere antecedenten van klager, waaronder een eerdere rijontzegging. De officier stemt in met een inhouding van drie maanden, waarna het rijbewijs kan worden teruggegeven.
De rechtbank overweegt dat de inhouding op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig is, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden en de mogelijkheid van een deels voorwaardelijke ontzegging in de strafzaak, is teruggave per 9 april 2022 passend. Het klaagschrift wordt daarom gedeeltelijk gegrond verklaard.
De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs met ingang van 9 april 2022 en wijst erop dat de officier van justitie of kantonrechter later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging kan opleggen. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs per 9 april 2022 en verklaart het klaagschrift gedeeltelijk gegrond.