In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Eiseres had op 31 mei 2021 een Wob-verzoek ingediend met betrekking tot de mondkapjesovereenkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden, aangezien verweerder niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken op het verzoek heeft gereageerd. Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld en is vervolgens op 11 oktober 2021 in beroep gegaan.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank draagt verweerder op om binnen vier weken na de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. Tevens wordt er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft ook bepaald dat het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiseres moet worden vergoed. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden gedaan.