ECLI:NL:RBAMS:2022:1603
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- M.I. Heyning
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap wegens strijdigheid juridisch en biologisch vaderschap ondanks termijnoverschrijding
De man verzocht de rechtbank om de ontkenning van het vaderschap van zijn juridisch vader te verklaren, omdat hij biologisch verwant is aan een andere man met wie hij een goede band heeft. De moeder was tijdens de geboorte van de man getrouwd met de juridisch vader, die inmiddels is overleden.
Hoewel het verzoek niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar na kennisname van het vermoedelijke niet-vaderschap werd ingediend, oordeelde de rechtbank dat het vasthouden aan deze termijn in dit geval onaanvaardbaar is. De man was pas recentelijk op de hoogte van zijn biologische vaderschap na een DNA-test en ervaart een zwaar emotioneel belang bij de ontkenning.
De rechtbank stelde vast dat de biologische vader met grote zekerheid is vastgesteld en dat de juridische vader niet de biologische vader is. De moeder en de biologische vader hebben geen bezwaar tegen het verzoek. De rechtbank concludeerde dat het belang van de man en zijn familie- en gezinsleven zwaarder wegen dan de rechtszekerheid die de termijn beoogt te beschermen.
Daarom liet de rechtbank de termijn buiten beschouwing en wees het verzoek toe. De ontkenning van het vaderschap van de juridisch vader wordt gegrond verklaard, en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot ontkenning van het juridisch vaderschap toe ondanks overschrijding van de wettelijke termijn vanwege zwaarwegend emotioneel belang en EVRM-overwegingen.