Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
28 december 2021.
2.De feiten
3.De standpunten
4.De beoordeling
6.De beslissing
[de vader], geboren op [geboortedatum 2] 1965 te distrikt Suriname (Suriname), over [minderjarige] ;
Rechtbank Amsterdam
De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De vader is met onbekende bestemming vertrokken en onderhoudt nauwelijks contact met het kind en de moeder. De vader heeft geen uitvoering gegeven aan de zorgregeling en heeft geen kinderbijdrage betaald. De moeder draagt sinds lange tijd de volledige verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Op grond van artikel 1:253n BW kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd indien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke situatie, waarin de moeder alleen het gezag uitoefent, niet overeenkomt met de juridische situatie en dat wijziging in het belang van het kind noodzakelijk is.
De vader heeft zich niet tegen het verzoek verweerd. De rechtbank wijst het verzoek toe, beëindigt het gezag van de vader en draagt op dit besluit in het gezagsregister te laten opnemen. De vader blijft echter juridisch de vader en behoudt het recht op contact met het kind.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over het minderjarige kind toegewezen.