ECLI:NL:RBAMS:2022:1722

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
1 april 2022
Zaaknummer
13/752413-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks ontbreken persoonlijke verschijning verdachte

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 februari 2022 de vordering tot overlevering van een persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Rybnik. De verdachte, geboren in 1988, werd verdacht van fraude waarvoor een gevangenisstraf van 1 jaar en 3 maanden was opgelegd.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze. De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), dat overlevering kan weigeren indien de verdachte niet persoonlijk is verschenen bij het proces in de uitvaardigende lidstaat, tenzij bepaalde uitzonderingen van toepassing zijn.

De raadsman voerde aan dat de verdachte niet op de hoogte was van de zitting en geen afstand had gedaan van zijn recht op persoonlijke verschijning. De officier van justitie stelde dat de verdachte was geïnstrueerd over zijn verplichtingen en dat de dagvaarding naar het opgegeven adres was gestuurd. De rechtbank oordeelde dat de verdachte op de hoogte was van de vervolging en dat overlevering geen schending van zijn verdedigingsrechten inhoudt. Er waren geen andere weigeringsgronden en de dubbele strafbaarheid behoefde niet te worden onderzocht omdat het feit op bijlage 1 OLW staat. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het ontbreken van persoonlijke verschijning bij het Poolse proces.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752413-21
RK nummer: 21/6864
Datum uitspraak: 22 februari 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 november 2021 door
the Regional Court in Rybnik, 3rd Criminal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 februari 2022. Het verhoor heeft via een videoverbinding plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.A.C. Tuinen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting via een videoverbinding verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
judgment with force of law of the District Court of Jastrzebie-Zdroj dated 21.01.2019, case file reference II K 708/17.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 3 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op grond van het navolgende op het standpunt gesteld dat er geen redenen zijn om af te zien van de bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro te weigeren.
De opgeëiste persoon heeft niet uitdrukkelijk of stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om in persoon ter terechtzitting te verschijnen. In het EAB en de SKDB-personen persoon staat namelijk een ander adres vermeld dan dat hij zou hebben opgegeven bij de Poolse autoriteiten en naar welk adres de oproeping voor de zitting is verzonden. De opgeëiste persoon stelt dat hij door de Poolse politie als getuige is gehoord en dat hij tijdens dat verhoor niet is geïnstrueerd dat hij zijn adres moest opgeven. Ten slotte had de opgeëiste persoon geen idee dat zijn zaak door de rechter zou worden behandeld.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er redenen zijn om af te zien van de bevoegdheid om de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLW Pro. De opgeëiste persoon is tijdens zijn verhoor door de politie geïnstrueerd over de verplichting om een eventuele adreswijziging door te geven en wat de gevolgen zouden zijn als hij dat niet zou doen.
De opgeëiste persoon heeft aldus voldoende zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank ziet aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de aanvullende informatie van 8 februari 2022 blijkt dat de opgeëiste persoon een instructie heeft ontvangen dat hij zijn adreswijzigingen door moest geven, welke instructie hij heeft ondertekend. Daarbij is vermeld wat de consequenties zijn van het niet doorgeven van een adreswijziging. De dagvaarding is naar het door de opgeëiste persoon gegeven adres gestuurd. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de feiten waarvan hij werd verdacht, alsmede dat hij er rekening mee moest houden dat er een vervolging tegen hem zou worden ingesteld en dat hij daarover correspondentie van justitie zou ontvangen.
Naar het oordeel van de rechtbank houdt overlevering in deze situatie geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in, omdat, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, hij op zijn minst genomen kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot de ontvangst van officiële correspondentie over de strafrechtelijke procedure. Het verweer wordt verworpen.

5.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 8, te weten:
Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

6.Slotsom

Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering voor die feiten te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Rybnik Third Criminal Division(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.