ECLI:NL:RBAMS:2022:1726

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
1 april 2022
Zaaknummer
13/752366-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 45 Wetboek van StrafrechtArt. 47 Wetboek van StrafrechtArt. 225 Wetboek van StrafrechtArt. 2 Overleveringswet
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor fiscale fraude en valsheid in geschrift

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Arrondissementsrechtbank Bochum. Het EAB betreft strafrechtelijk onderzoek naar fiscale fraude, verduistering en valsheid in geschrift. De verdachte, geboren in Turkije en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd via videoverbinding gehoord met bijstand van een raadsman en tolk.

De raadsman verzocht om aanhouding van de behandeling vanwege lopende onderhandelingen met de Duitse belastinginspectie, met het oog op mogelijke intrekking van het EAB. De rechtbank wees dit verzoek af wegens onvoldoende vooruitzicht op intrekking en het feit dat de Duitse autoriteiten het EAB handhaven.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, dat de feiten ook in Nederland strafbaar zijn (medeplegen van belastingfraude, poging daartoe, verduistering en valsheid in geschrift) en dat er geen weigeringsgronden zijn. Op grond hiervan werd de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De overlevering van de verdachte aan Duitsland wordt toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752366-21
RK nummer: 21/6866
Datum uitspraak: 22 februari 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2021 door
de Arrondissementsrechtbank Bochum(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon ]
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1975
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in het [detentieplaats]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 februari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden via een videoverbinding in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. M. de Klerk te Haarlem en door een tolk in de Turkse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft.

3.Verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak

De raadsman heeft ter zitting aan de rechtbank verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden en voert hiertoe het volgende aan.
De advocaten van de bedrijven waar de opgeëiste persoon voor heeft gewerkt zijn in onderhandeling met de Duitse belastinginspectie en hebben het strafdossier opgevraagd en zijn nu in afwachting hiervan. Indien tot een oplossing wordt gekomen met de Duitse belastinginspectie, kan worden voorkomen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in
Untersuchungshaftzou moeten verblijven, hetgeen te vergelijken is met het in voorlopige hechtenis verblijven met beperkingen.
De officier van justitie verzet zich tegen het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak af nu er onvoldoende vooruitzicht is dat de gestelde onderhandelingen van de advocaten met de Duitse belastinginspectie binnen korte tijd zullen leiden tot intrekking van het EAB.
Daar komt bij dat de Duitse autoriteiten tot op heden het EAB niet hebben ingetrokken en kennelijk het verzoek tot overlevering van de opgeëiste persoon wensen te handhaven.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een door de Arrondissementsrechtbank te Bochum op
4 augustus 2021 uitgevaardigd aanhoudingsbevel strekkende tot voorlopige hechtenis, met dossiernummer: II-10 KLs-40 Js 134/15-4/21.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.

5.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren op naar Nederlands recht op:
Medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
en
medeplegen van poging tot opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;
en
medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd;
en
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
en
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 69 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 45, 47 en 225 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon ]aan
de Arrondissementsrechtbank Bochum(Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.