ECLI:NL:RBAMS:2022:1780
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen herziening, terugvordering en boete WW-uitkering wegens vermeende schending inlichtingenplicht
Verzoeker, een profvoetballer die werkloos werd na beëindiging van zijn contract, ontving een WW-uitkering van 1 juli tot 17 december 2021. Verweerder herzag en vorderde terugbetaling van de uitkering over de periode 5 juli tot 30 september 2021 wegens verblijf in het buitenland zonder melding. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Verzoeker betwist niet het verblijf in het buitenland, maar stelt dat hij op 6 juli 2021 telefonisch aan zijn klantmanager heeft gemeld dat hij zich in binnen- en buitenland presenteert voor een nieuw contract. Verweerder was dus op de hoogte van zijn plannen. Het dossier bevat geen bewijs van toestemming, maar ook geen verslag van het gesprek. Verzoeker voelde zich gediscrimineerd door aanvullende eisen van verweerder.
De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerder en schorst de bestreden besluiten tot zes weken na de beslissing op de bezwaren. Tevens worden griffierecht en proceskosten aan verzoeker vergoed. Verweerder is niet verschenen op de zitting. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 15 maart 2022.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de herziening, terugvordering en boete worden geschorst tot zes weken na de beslissing op de bezwaren.