ECLI:NL:RBAMS:2022:1823
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- P.C.L.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname bij veroordeelde mishandeling
Veroordeelde is bij vonnis van 27 augustus 2021 veroordeeld voor mishandeling van zijn broer en kreeg een taakstraf van 40 uur voorwaardelijk opgelegd. Tegen het bevel tot DNA-afname en opname in de DNA-databank is bezwaar gemaakt op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk behandeld en vastgesteld dat de uitzonderingen op de DNA-afnameplicht, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder Pro b van de Wet, niet op deze zaak van toepassing zijn. De mishandeling, gepleegd in de huiselijke sfeer, is geen misdrijf waarbij DNA-onderzoek uitgesloten is en het feit staat niet op zichzelf; er zijn aanwijzingen voor eerdere agressie en een gemiddeld recidivegevaar volgens de reclassering.
De rechtbank concludeert dat het DNA-afnamebevel proportioneel is en dat het bezwaar ongegrond moet worden verklaard. De beslissing is in openbare zitting uitgesproken en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het DNA-afnamebevel wordt ongegrond verklaard en het bevel blijft van kracht.