Op 2 augustus 2021 heeft verdachte in Amsterdam met kracht met een schaar in de rug van aangever gestoken, waardoor een steekwond van enkele centimeters ontstond met risico op overlijden. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van aangever aanvaardde, waarmee sprake is van poging tot doodslag.
Verdachte voerde noodweer en noodweerexces aan, stellende dat hij zich verdedigde tegen een aanranding door aangever. De rechtbank verwierp deze verweren omdat de feiten en camerabeelden geen sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding toonden en het steken plaatsvond toen aangever zich al van verdachte afwendde.
Deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan schizofrenie, een lichte verstandelijke beperking en een stoornis in het middelengebruik, waardoor zijn toerekeningsvatbaarheid verminderd was. De rechtbank volgde dit advies en rekende het feit in verminderde mate aan verdachte toe.
Gezien de ernst van het feit, de stoornissen van verdachte en het hoge recidiverisico, legde de rechtbank geen gevangenisstraf op maar een ongemaximeerde TBS met dwangverpleging. Deze maatregel is noodzakelijk voor een langdurige, intensieve behandeling en het waarborgen van de algemene veiligheid.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op vanaf opname in de TBS-instelling.