De rechtbank Amsterdam heeft op 29 maart 2022 een beslissing genomen over de vordering van het Openbaar Ministerie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 30 maanden uitzit. De veroordeelde had reeds een eerdere uitstelperiode van 60 dagen opgelegd gekregen vanwege gedragsproblemen in detentie. Na nieuwe disciplinaire straffen in februari 2022, waaronder verbale en fysieke agressie, vorderde het OM een verlenging van het uitstel met 90 dagen.
Tijdens de zitting verzetten de veroordeelde en zijn raadsman zich tegen het gevorderde uitstel, stellende dat de informatie over de disciplinaire straffen onvoldoende was en dat de veroordeelde zich positief had ingezet, onder meer door het succesvol afronden van een training. Deskundigen bevestigden dat de veroordeelde meerdere disciplinaire straffen had gekregen, maar ook dat hij recentelijk geen incidenten had veroorzaakt en vooruitgang boekte.
De rechtbank oordeelde dat het opleggen van disciplinaire straffen voldoende grond is voor uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Gezien het positieve recente gedrag en het naderende multidisciplinair overleg, besloot de rechtbank het uitstel te beperken tot 30 dagen, waarna opnieuw beoordeling zal plaatsvinden. Hiermee krijgt de veroordeelde de kans om zich verder te verbeteren en in aanmerking te komen voor vrijlating rond 17 mei 2022.