Eiser heeft een bijstandsuitkering aangevraagd die door verweerder per 6 januari 2021 is afgewezen. Na bezwaar verklaarde verweerder dit ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam.
Tijdens de zitting nam verweerder een ander standpunt in dan in het bestreden besluit, namelijk dat eiser alleen over rekeningafschriften tot 1 oktober 2020 redelijkerwijs kan beschikken, omdat hij tot die datum eigenaar en rekeninghouder was van de pizzeria. Eiser stelde dat hij geen toegang heeft tot de afschriften na die datum, omdat hij geen rekeninghouder meer is.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoont doordat het onjuist aannam dat eiser over alle afschriften tot 12 januari 2021 kon beschikken. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.