De rechtbank Amsterdam behandelde op 31 maart 2022 de vordering van het Openbaar Ministerie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die eerder tot gevangenisstraf was veroordeeld in Oostenrijk en Nederland. De veroordeelde was op 20 januari 2022 voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 590 dagen en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder een locatiegebod en het dragen van een enkelband met GPS.
Het OM vorderde gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens meerdere overtredingen van het locatiegebod en het niet tijdig opladen van de enkelband. De reclassering rapporteerde een gemiddeld tot hoog recidiverisico en bevestigde de overtredingen, waaronder een officiële waarschuwing op 24 maart 2022. De veroordeelde betoogde dat hij zijn best deed, dat technische problemen met de enkelband ontstonden en dat hij positieve stappen zette richting begeleid wonen en behandeling.
De rechtbank constateerde dat hoewel er overtredingen waren, deze niet ernstig genoeg waren om de herroeping te rechtvaardigen. De positieve ontwikkelingen en motivatie van de veroordeelde werden meegewogen. Daarom kreeg de veroordeelde een laatste kans om zich aan de voorwaarden te houden, waarna de vordering tot herroeping werd afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.