Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, werkzaam als schoonmaker, betwistte de vaststelling van zijn eerste ziektedag in het kader van de Ziektewet (ZW). Verweerder stelde de eerste ziektedag vast op 19 augustus 2019, waarna eiser niet meer verzekerd was voor de ZW. Eiser stelde dat zijn eerste ziektedag 12 februari 2019 was, binnen de uitlooptermijn van vier weken, en dat hij toen al arbeidsongeschikt was.
De rechtbank onderzocht of de medische en arbeidskundige rapportages waarop verweerder zich baseerde, voldeden aan de vereisten van zorgvuldigheid en logica. De verzekeringsarts concludeerde dat eiser pas vanaf 19 augustus 2019 arbeidsongeschikt was voor de relevante functies. De medische informatie toonde geen aanwijzingen voor een eerdere toename van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat de rapportages consistent en logisch waren en dat de subjectieve klachtenbeleving van eiser niet bepalend is. Omdat eiser vanaf 19 augustus 2019 niet meer verzekerd was voor de ZW, heeft hij geen recht op een ZW-uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de eerste ziektedag correct is vastgesteld en eiser niet verzekerd was voor de Ziektewet.