Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van [eiseres] B.V. tegen Rabobank wegens het niet correct verzekeren van [eiseres] als accountantskantoor, waardoor zij schade leed door een aansprakelijkstelling in een andere procedure.
Rabobank was assurantietussenpersoon van [eiseres] tot 2015, maar heeft nagelaten de verzekering aan te passen na naamswijziging en functiewijziging, waardoor geen dekking bestond voor accountantsactiviteiten. De rechtbank Rotterdam oordeelde eerder dat Rabobank toerekenbaar tekort is geschoten en aansprakelijk is voor de schade.
In dit kort geding vordert [eiseres] een voorschot op de schadevergoeding. De rechtbank stelt vast dat het vonnis van de bodemrechter niet op een kennelijke misslag berust en dat de vordering voldoende aannemelijk is. Het spoedeisend belang wordt onderbouwd door executoriaal beslag van de tegenpartij op bezittingen van [eiseres] en haar vennoten.
De rechtbank veroordeelt Rabobank tot betaling van €750.000 als voorschot, met veroordeling in proceskosten en rente, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Rabobank wordt veroordeeld tot betaling van €750.000 als voorschot op de schadevergoeding aan [eiseres].