Uitspraak
beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
hierna te noemen: de rechter-commissaris.
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 3 maart 2022, met bijlagen;
- de schriftelijke zienswijze van de rechter-commissaris van 28 maart 2022;
- de schriftelijke reactie van verzoeker van 29 maart 2022 op de zienswijze van de rechter-commissaris.
- de gemachtigd raadsman van verzoeker, vergezeld door zijn kantoorgenoot mr. E. van Reydt;
- de rechter-commissaris;
- mr. Z. Trokic, officier van justitie.
2.De feiten
Na kennisname van het bericht van de raadsman verzoek ik u uitdrukkelijk om wel een oordeel te geven met betrekking tot het onder (b) genoemde[het bezwaar, wrk]
. Weliswaar heeft de officier van justitie inmiddels inderdaad alsnog een vordering ingediend ter beoordeling van de status van de genoemde getuige, maar mijn standpunt is en blijft dat deze status al is bepaald en dat deze status uit oogpunt van veiligheid van de getuige in een later stadium nimmer meer kan worden gewijzigd. Ik verwijs naar hetgeen ik hierover al eerder heb opgemerkt. Weliswaar zou het kunnen zijn dat de raadsman formeel een punt heeft dat ik eerst formeel dit standpunt moet formaliseren en dat de raadsman daarna (opnieuw) in bezwaar kan gaan, maar dat zal leiden tot onnodige vertraging. De standpunten zijn duidelijk en verschillen van elkaar. Uit processueel oogpunt is het van belang dat de raadkamer nu zo snel mogelijk de knoop doorhakt. Desnoods in de vorm van een informele beslissing ten overvloede als de raadkamer meegaat in het betoog van de raadsman dat er nu niet hoeft te worden beslist.”