ECLI:NL:RBAMS:2022:26
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- L. Dolfing
- H.E. Hoogendijk
- K. Duker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen weigering onderzoekshandelingen in witwasonderzoek
Verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de rechter-commissaris om het verzoek om twee broers als getuigen te horen in een witwasonderzoek af te wijzen. Verdachte stelt dat de broers verklaringen hebben afgelegd over het lenen van aanzienlijke geldbedragen, maar de authenticiteit en herkomst van deze gelden zijn niet voldoende onderbouwd met bankstukken.
De rechter-commissaris en het Openbaar Ministerie oordelen dat de stukken die door verdachte zijn ingebracht onvoldoende inzicht geven in de legale herkomst van het geld. Het horen van de broers als getuigen zou geen nieuwe informatie opleveren die de bewijsvoering kan versterken.
De rechtbank bevestigt deze beoordeling en wijst het bezwaar af. De rechtbank overweegt dat het horen van getuigen onmiskenbaar irrelevant of overbodig is indien het geen toegevoegde waarde heeft voor de bewijsvoering, en dat dit hier het geval is. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering om de getuigen te horen wordt afgewezen omdat het horen geen toegevoegde waarde heeft voor de bewijsvoering.