De rechtbank Amsterdam heeft verdachte vrijgesproken van het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de moord op een persoon en het in strijd met de wet plaatsen van een GPS-tracker onder een auto. Verdachte zou samen met een ander een peilbaken onder de auto van het slachtoffer hebben geplaatst en dit via een telefoon hebben gevolgd.
De officier van justitie stelde dat het plaatsen van het peilbaken en het gebruik van de telefoon onderdeel waren van een voorbereidingsfase voor een liquidatie, waarbij het doelwit werd gevolgd en geobserveerd. De verdediging betoogde dat verdachte slechts het peilbaken in bezit had en dat er geen bewijs was dat hij wist van een moordplan of dat het baken daadwerkelijk werd gebruikt om het slachtoffer te traceren.
De rechtbank oordeelde dat het opzet van verdachte op het plegen van moord niet bewezen kon worden, omdat niet vaststond dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het baken en de telefoon voor een moord zouden worden ingezet. Ook werd geoordeeld dat het plaatsen van een GPS-tracker niet valt onder het aftappen zoals bedoeld in artikel 139d Sr, omdat de tracker zijn eigen locatiegegevens doorgeeft en er geen sprake is van het afluisteren van communicatie van derden.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af, aangezien verdachte werd vrijgesproken van het strafbare feit. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 25 februari 2022.