Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoekster]
[verweerster] h.o.d.n. [handelsnaam]
PROCESVERLOOP
GRONDEN VAN DE BESLISSING
De feiten
“Mijn partner heeft mij na het (korte) onderhoud met u bij het “gesprek” gevraagde te willen komen en herhaald wat er gezegd- en besproken was tot dan tussen jullie, dat heb ik gedaan en aangehoord. Uzelf gaf aan per 3 januari as. elders te kunnen beginnen, ik heb dat zelf van u gehoord: “ik zal het maar eerlijk zeggen… ik kan 3 januari ergens anders beginnen, dus wat mij betreft prima zo” waren letterlijk uw woorden. U zei zelf (niet wij) dat wij dus uw arbeidsovereenkomst dan zouden kunnen beëindigen, per direct u gaf nogmaals (aan ons beiden) dit goed te vinden. Op uw verzoek hebben wij dus uw arbeidsovereenkomst per 20 december 2021 ontbonden en beëindigd. (…)”
Het geschil
De beoordeling
3 januari 2022 ergens anders kon beginnen. Volgens de verklaring van werkgever heeft werknemer daarna gezegd “dus wat mij betreft prima zo”. Deze uitlating houdt niet een ondubbelzinnige verklaring in dat werknemer per direct heeft willen opzeggen. Dit ligt ook niet voor de hand als de werknemer op dat moment nog geen ander werk had. Het lag op de weg van werkgever om na te gaan of deze uitlating inhield dat werknemer echt per direct wilde opzeggen, of dat het om een reactie ging op de mededeling van [naam] dat het contract niet werd verlengd.