Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.Waar gaat dit kort geding over?
3.De beoordeling
4.De beslissing
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
Partijen sloten op 8 april 2020 een koopovereenkomst waarbij eiseres een onroerende zaak verkocht aan gedaagde Schaardijk. Volgens eiseres moest levering per 8 mei 2022 plaatsvinden, maar Schaardijk weigerde af te nemen en betaling te verrichten, stellende dat de overeenkomst was ontbonden.
Eiseres vorderde nakoming van de koopovereenkomst, waaronder levering en betaling van € 3,2 miljoen plus een bedrag van € 15.000 aan maandelijkse vergoedingen. Schaardijk voerde verweer en stelde dat ontbinding was toegestaan omdat geen omgevingsvergunning en schone grondverklaring waren verkregen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitleg van de koopovereenkomst onduidelijk is, met name over de voorwaarden voor ontbinding en de documentatie daarvan. Nader feitenonderzoek is nodig, wat in kort geding niet mogelijk is. Daarom werd de vordering tot nakoming afgewezen. Ook de geldvordering werd niet toegewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisendheid.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, waaronder griffierecht en salaris advocaat. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot nakoming koopovereenkomst en betaling afgewezen wegens onduidelijkheid ontbindingsrecht; eiseres veroordeeld in proceskosten.