ECLI:NL:RBAMS:2022:2846
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klager in beklag tegen beslag op besloten vennootschap
Klager diende een klaagschrift in ex artikel 552a Sv tegen beslag gelegd op een besloten vennootschap waarvan hij indirect enig aandeelhouder en bestuurder is. Het beslag betreft onroerende zaken en appartementsrechten die volledig eigendom zijn van de besloten vennootschap.
Het Openbaar Ministerie stelde dat klager niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat het beslag uitsluitend op de rechtspersoon is gelegd. Klager stelde zich op het standpunt dat hij wel ontvankelijk moet zijn, verwijzend naar eerdere uitspraken van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de besloten vennootschap als rechtspersoon eigenaar is van de beslagen goederen en dat het beslag niet op klager persoonlijk is gelegd. Hierdoor ontbreekt het klager aan een rechtstreeks belang bij het klaagschrift, waardoor hij niet-ontvankelijk is in zijn beklag.
De beschikking werd uitgesproken door de rechtbank Amsterdam op 23 februari 2022, waarbij klager werd gewezen op de mogelijkheid tot beroep in cassatie bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen het beslag op de besloten vennootschap.