Uitspraak
1.Procesverloop
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 mei 2022 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ruim een jaar geleden is gestopt met medicatie en sindsdien stabiel functioneert. Zij voert tweewekelijks gesprekken met behandelaren en houdt zich aan de afspraken. De arts gaf aan dat een zorgmachtiging als stok achter de deur wenselijk zou zijn vanwege eerdere onttrekkingen aan zorg, maar betrokkene zelf gaf tijdens de zitting aan vrijwillig mee te willen werken.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat betrokkene zich nu of in de toekomst aan behandeling zal onttrekken en dat het psychiatrisch toestandsbeeld stabiel is zonder gevaarcriteria. Het verzoek tot zorgmachtiging werd daarom afgewezen omdat verplichte zorg niet proportioneel is en vrijwillige zorg voldoende blijkt.
De beschikking is op 23 mei 2022 mondeling gegeven door rechter K.A. Mireku en op 27 mei 2022 schriftelijk uitgewerkt. Tegen de beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken aan haar behandeling en het psychiatrisch toestandsbeeld stabiel is.