ECLI:NL:RBAMS:2022:2935
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening subsidieaanvraag voedselverstrekking Amsterdam
De Stichting diende een aanvraag in voor een eenmalige subsidie van €839.843,- om haar hulpverleningsaanbod in Amsterdam uit te breiden, met name gericht op voedselverstrekking aan kwetsbare groepen zoals daklozen en ongedocumenteerden. De gemeente wees deze aanvraag af vanwege twijfels over de professionaliteit van de stichting, die vrijwel volledig op vrijwilligers draait, en het aanwezige hulpverleningsaanbod in de stad.
De stichting maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit en toekenning van een voorschot op de subsidie, stellende dat zij een spoedeisend belang had omdat zij geen financiële middelen meer had om voedselhulp te bieden. De gemeente stelde dat de stichting kon wachten op de uitkomst van de bezwaarprocedure en dat een andere aanvraag nog in behandeling was die mogelijk zou worden toegekend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat financiële belangen in beginsel geen aanleiding geven tot een voorlopige voorziening en dat de stichting onvoldoende onderbouwing gaf voor een acute noodsituatie. Daarnaast was een hoorzitting gepland waarin de gemeente en de stichting de rol van de stichting in de voedselhulp zouden bespreken. De rechtbank concludeerde dat er geen spoedeisend belang was en dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig was, waarna het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.