De rechtbank Amsterdam heeft op 14 april 2022 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen voor verblijf in een voorziening voor pleegzorg tot 2 september 2022, de duur van de ondertoezichtstelling.
De minderjarige woont sinds 2014 bij de moeder, maar is sinds februari 2022 uit huis geplaatst in een pleeggezin. De Gecertificeerde Instelling (GI) verzocht om verlenging van de uithuisplaatsing omdat de minderjarige in het pleeggezin tot rust komt en toekomt aan noodzakelijke psychologische behandeling. De moeder verzette zich tegen het verzoek en wenste terugplaatsing, terwijl de vader geen verweer voerde. De Raad voor de Kinderbescherming steunde het verzoek van de GI.
De rechtbank oordeelde dat de complexe dynamiek tussen de ouders en het loyaliteitsconflict waarin de minderjarige verkeert, het belang van de minderjarige rechtvaardigen om de uithuisplaatsing te verlengen. De behandeling moet worden afgerond en een levensverhaal over de minderjarige moet worden opgesteld voordat terugplaatsing mogelijk is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.