AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn op overlijdensdatum
Eiseres, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot op 6 maart 2020. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden. Eiseres stelde dat zij en haar echtgenoot onvoldoende waren geïnformeerd over de verzekeringsplicht en dat zij zelf arbeidsongeschikt is en geen uitkering in Marokko ontvangt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij geen inkomen of vermogen heeft en wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht af. De echtgenoot was op de overlijdensdatum woonachtig in Marokko en niet verzekerd voor de ANW, noch op grond van Nederlandse noch Marokkaanse wetgeving. De dwingende bepalingen van de ANW laten geen ruimte voor afwijking op grond van persoonlijke omstandigheden of onwetendheid.
Ook het beroep op de hardheidsclausule in artikel 24 vanPro KB 746 werd verworpen, omdat deze clausule niet toestaat om af te wijken van de ANW-voorwaarden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ANW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/2138
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Marokko, eiseres
(gemachtigde: mr. A.C. Mens),
en
de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
(gemachtigde: mr. I Pieterse).
Procesverloop
Bij besluit van 26 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een ANW [1] -uitkering afgewezen.
Bij besluit van 18 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
Wat aan deze procedure is voorafgegaan
1. Eiseres woont in Marokko. Haar echtgenoot, [naam 1] , is op 6 maart 2020 overleden. Tot zijn overlijden ontving hij een pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet. Op 23 september 2020 heeft verweerder van eiseres een aanvraag om een ANW-uitkering ontvangen.
2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres met het primaire besluit – gehandhaafd in het bestreden besluit – afgewezen, omdat de echtgenoot van eiseres op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
Het standpunt van eiseres
3. Eiseres voert aan dat haar echtgenoot een lange tijd in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Verweerder heeft haar echtgenoot er niet op gewezen dat hij zich aanvullend moest verzekeren voor de ANW toen hij naar Marokko verhuisde. Verweerder had hen beter moeten informeren, omdat eiseres en haar echtgenoot niet geschoold zijn en de Nederlandse taal niet beheersen. Van hen kan ook niet worden verwacht dat zij van deze regeling op de hoogte waren, zodat verweerder ten onrechte de aanvraag om een ANW-uitkering heeft geweigerd. Eiseres voert verder aan dat zij volledig arbeidsongeschikt is en in Marokko niet in aanmerking komt voor een uitkering. Ter zitting heeft eiseres de rechtbank verzocht om de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 24 vanPro het KB 746 [2] toe te passen.
Het oordeel van de rechtbank
Verzoek om vrijstelling van de betaling van het griffierecht
4. Iemand die beroep instelt, moet in beginsel griffierecht betalen [3] . Dat is alleen anders als het niet betalen verschoonbaar is [4] . De hoger beroepscolleges hebben criteria gegeven op grond waarvan een rechtszoekende om vrijstelling dan wel vermindering van het griffierecht kan verzoeken. In de landelijk vastgestelde en gepubliceerde Werkwijze bij beroep op betalingsonmacht griffierecht (BOBOG) is bepaald dat de indiener van het beroep vrijstelling van de betaling van het griffierecht kan vragen wanneer hij in de referteperiode een inkomen heeft dat lager is dan 95% van het bijstandsniveau voor een alleenstaande en verder dat hij niet beschikt over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald.
5. Eiseres heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht omdat zij geen inkomen geniet en geen vermogen heeft. Zij heeft dit verzoek om vrijstelling met een verklaring van [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] onderbouwd. Zij verklaren dat eiseres weduwe is, niet werkt en dat zij haar helpen met de kosten voor voedsel, huisvesting en medische zorg. De griffier heeft het verzoek om vrijstelling op 8 juli 2021 voorlopig toegewezen. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank daarmee niet aannemelijk gemaakt dat zij niet beschikt over inkomen en/of vermogen. Het beroep op betalingsonmacht wordt daarom afgewezen. Omdat de gemachtigde van eiseres het griffierecht ter zitting heeft voldaan, is eiseres alsnog ontvankelijk in haar beroep.
Inhoudelijke beoordeling
6. Een nabestaande heeft recht op een ANW-uitkering als de overledene op de dag van zijn overlijden (verplicht of vrijwillig) verzekerd was op grond van de ANW. [5] Iemand is verplicht verzekerd als hij in Nederland woont of in Nederland werkt. [6] Op de datum van zijn overlijden was de echtgenoot van eiseres woonachtig in Marokko. Hij werkte ook niet meer in Nederland. De echtgenoot van eiseres was op de datum van zijn overlijden daarom niet verzekerd voor de ANW.
7. Op grond van de gegevens van het CNNS [7] stelt de rechtbank vast dat de echtgenoot van eiseres, toen hij overleed, ook niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving, zodat hij ook niet als verzekerd voor de ANW kan worden aangemerkt op grond van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake sociale zekerheid.
8. De bepalingen van de ANW ten aanzien van het verzekerd zijn, zijn dwingend van aard. Er is dus geen ruimte om op grond van andere redenen dan de voorwaarden die in de ANW staan, een uitkering te verlenen. Dat eiseres ziek is en geen inkomen geniet, kan dus niet tot toekenning van de ANW-uitkering leiden. Nog daargelaten dat verweerder – onbetwist – heeft gesteld dat de echtgenoot van eiseres zich tot 2004 vrijwillig heeft verzekerd en de door eiseres aangevoerde onwetendheid met de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering daarom niet aannemelijk is, bestaat voor verweerder geen actieve plicht om eiseres op dit recht te wijzen. [8] Deze beroepsgrond slaagt niet.
9. Het beroep op de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 24 vanPro KB 746 kan ook niet slagen. De in dat artikel opgenomen hardheidsclausule geeft verweerder alleen de bevoegdheid artikelen van dat besluit buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken, voor zover toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Dit artikel kent verweerder niet de bevoegdheid toe om in afwijking van de ANW een uitkering toe te kennen. [9]
10. De aanvraag van eiseres is terecht afgewezen.
Conclusie
11. Het beroep is ongegrond.
12. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. L.N. Linzey, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2022.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Voetnoten
1.Algemene nabestaandenwet.
2.Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
3.Artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4.Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
5.Artikel 14 inPro samenhang met artikel 1, aanhef en onder d, van de ANW.
6.Dit volgt uit artikel 13, eerste lid, van de ANW.
7.Caisse Nationale de Sécurité Sociale.
8.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 9 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM8539.