Eiseres heeft aanvragen ingediend voor de NOW-3.3 en NOW-4 tegemoetkomingen, maar deze zijn door het UWV afgewezen wegens te late indiening. De rechtbank heeft beoordeeld of deze afwijzing terecht is. De NOW-regeling stelt duidelijke uiterste aanvraagtermijnen: 30 juni 2021 voor NOW-3.3 en 30 september 2021 voor NOW-4. Eiseres diende haar aanvragen pas op 15 november 2021 in, ruim na deze termijnen.
Eiseres voerde aan dat de vertraging te wijten was aan een wijziging in de boekhouding na overname van een ander kantoor, waardoor zij niet tijdig op de hoogte was van de omzetdaling. Hoewel de rechtbank begrip toont voor de gevolgen van de coronapandemie, oordeelt zij dat het niet aan de bestuursrechter is om de door de regelgever vastgestelde aanvraagtermijnen terzijde te schuiven.
De rechtbank benadrukt dat de NOW-regeling bewust is ingericht om snel en eenvoudig financiële steun te bieden aan getroffen bedrijven, waarbij geen ruimte is voor afwijkingen van de termijnen. Daarom zijn de besluiten van het UWV om de aanvragen af te wijzen terecht. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.