De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor twee diefstallen en een verduistering gepleegd in Amsterdam in de periode van september 2021 tot februari 2022. De feiten zijn bewezen verklaard op basis van aangiftes, bekennende verklaringen en het feit dat verdachte de passen langere tijd onder zich had zonder deze terug te brengen.
De verdediging voerde aan dat verdachte de passen vond en deze wilde teruggeven, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte als heer en meester over de passen beschikte en deze zich wederrechtelijk toe-eigende. Verdachte werd veroordeeld voor diefstal van etenswaren bij Albert Heijn en Dirk van den Broek en verduistering van identiteits- en betaalpassen.
De rechtbank legde een onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) op voor twee jaar, zonder aftrek van voorarrest. Dit vanwege de ernst van de feiten, het recidiverisico en de problematiek van verdachte, waaronder verslaving en psychische klachten. De rechtbank verwierp het verzoek om een voorwaardelijke ISD-maatregel gekoppeld aan het Victory Outreach Program, omdat dit onvoldoende bescherming biedt.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en onevenredige belasting van het strafgeding. Ook de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid.
De rechtbank bepaalde dat verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten dragen.